De woningnood in Nederland vereist geen lapmiddelen, maar een langjarige en samenhangende koers. Dat stellen hoogleraren Peter Boelhouwer en Jan Rouwendal, gebiedsexpert Désirée Uitzetter en emeritus hoogleraar Friso de Zeeuw in hun gezamenlijke advies aan de politiek: “Aanpakken van het woningtekort in de nieuwe kabinetsperiode: recept en ingrediënten voor langjarig succes“. De aanleiding is helder: het politieke debat biedt volgens de auteurs te weinig houvast voor effectief woonbeleid. Met hun plan presenteren zij een kader als stip op de horizon, inclusief concrete maatregelen die op nationaal én lokaal niveau kunnen bijdragen aan het inlopen van het woningtekort.

De tien geboden voor effectief woonbeleid:

Volgens Boelhouwer en zijn mede-auteurs moet de politiek tien fundamentele principes hanteren om grip te krijgen op de wooncrisis:

1. Vermijd cyclisch woonbeleid: Woonbeleid moet niet mee bewegen met politieke windvlagen, maar juist stabiliteit bieden.

2. Houd de koers langjarig vast: Consistentie is essentieel voor ontwikkelaars, investeerders én burgers.

3. Doe geen loze beloften: Wees eerlijk over wat financieel en uitvoerbaar is, en voorkom overspannen verwachtingen.

4. Voer een eigendomsneutraal woonbeleid in: Behandel huurders en kopers gelijkwaardig, en stuur op woonwensen, niet op bezit.

5. Pas het grondbeleid aan: Voorkom grondspeculatie en stimuleer actief grondbeleid vanuit gemeenten.

6. Zet woonvoorkeuren centraal: Ontwikkel woningen waar vraag naar is, en zorg voor doorstroom in de keten.

7. Uniformeer en vereenvoudig regelgeving: Verminder sectorale eisen en implementeer het programma STOER effectief.

8. Benut de bestaande woningvoorraad beter: Verlaag drempels voor woningsplitsing, woningdelen en herbestemming.

9. Koppel huurbeleid los van armoedebeleid: Woningbouw moet rendabel zijn, anders blijven investeringen uit.

10. Bevorder structurele samenwerking: Overheden, corporaties en marktpartijen moeten elkaar versterken in plaats van tegenwerken.

Een breed beleidsfundament

Naast de tien uitgangspunten doen de auteurs voorstellen voor concrete beleidsverbeteringen. Ze pleiten voor een meer sturende rol van het Rijk, duidelijke keuzes in programmering van woningbouwlocaties, en een vereenvoudiging van wet- en regelgeving. Ook moet er meer aandacht komen voor de financierbaarheid en uitvoerbaarheid van plannen, en een krachtiger inzet op het daadwerkelijk toevoegen van woningen aan de voorraad. Woningcorporaties krijgen in dit model een prominente rol, mits zij voldoende financiële ruimte en beleidsvrijheid krijgen om hun maatschappelijke taak waar te maken.

Het voorstel van Boelhouwer en collega’s laat zien dat de oplossing van de woningcrisis niet ligt in losse maatregelen, maar in een stevig fundament van consistentie, samenwerking en realiteitszin. Door het woonbeleid los te maken van politieke cycli en ideologische reflexen, ontstaat er ruimte voor echte vooruitgang.